|
|
|
Aan de bar mit Geert Vaak liep de heer door de stad. Zijn tred verried dat hij geen nee zee tegen de geperste vruchten van Schiedam. Hij ging van Etablissement naar etablissement als een bakker die zijn dagelijks brood afleverde. Ik praatte wel eens met hem maar nooit gaf hij ook maar wat prijs over zijn duister verleden. “Het schijnt een rijk man geweest te zijn” zuchtte de kastelein niet zonder jaloezie. Inderdaad verrieden gedeelten van zijn kledij nog een zekere deftigheid en zijn verzorgt snorretje krikte dit beeld nog verder op, evenals de vlinderdas.In de kroegen praatte hij weinig, een kort knikje werd begrepen en aldus kwamen de spiritualiën op het kleedje, Soms rookte hij een sigaar op een manier die Stivoro leden zou kosten. Soms hoestte hij als wou hij zeggen over roken, elk voordeel heb ook zijn nadeel maar genieten doe ik. Dat was ook zo. Zijn morsig vest bevatte voldoende euro’s om van elke dag weer een feest te maken, In zekere zin was ik jaloers op de man. Hij genood kennelijk elke dag en mijn schrale levensstijl stak schril af tegen zijn Bourgondisch bestaan. Tijdens de paar gesprekken die wij voerden waren zijn antwoorden kort en ondoorzichtig als wilde hij niet op mijn niveau acteren. De laatste keer dat ik hem zag stond hij zwaar hijgend naast mij bij het stoplicht. “hoe is het?” vroeg ik bezorgd. “Ga wel’, hoestte hij, “al zei de dokter dat mijn tijd beperkt is. Ik hoop dat ze in de hemel ook klare schenken”, vervolgde hij nog. Toen loste hij op in de mist. Ik hoop oprecht dat ze in de hemel een borreltje voor hem hebben. Om het af te leren, zeg maar.
|